Gelukkig 2014!

Voor een ieder de beste wensen voor het nieuwe jaar!
Mijn (goede) voornemens:

  • minder eten
  • sparen
  • geen boeken meer kopen
  • meer boeken lezen
  • meer bewegen (joggen)
  • überhaupt actiever zijn
  • minder tv kijken
  • meer dansjes doen in de woonkamer
  • meer rokjes en jurkjes dragen
  • aardiger zijn
  • meer tentoonstellingen bezoeken
  • vaker scrubben
  • vaker voetbadjes nemen
  • meer taartjes bakken die ik niet kan eten
  • meer posten op mijn blog
  • vaker huis schoonmaken
  • tevreden zijn met wat ik heb
  • meer bezoekjes aan mijn moeder en zus
  • mijn schoonmoeder vaker bellen en bezoeken
  • blij zijn met mezelf
  • me houden aan deze voornemens
Veel liefs!
Geplaatst in Other Issues | Een reactie plaatsen

RaQuel van Haver

RaQuel van Haver (Bogota, 1989) vindt haar inspiratie voornamelijk op straat waar ze honderden foto’s maakt van hetgeen haar boeit. Het zijn daarbij vooral de in de Bijlmer woonachtige mannen die zij interessant vindt om weer te geven. Deze staren me, in haar werkruimte/ woning in Heesterveld, dan ook van alle kanten aan, vanuit kleine portretten van 30×30 cm en vanuit meer dan levensgrote schilderijen. Nadat ze de foto’s geselecteerd heeft, maakt ze een compositie op papier, die ze uiteindelijk weer op doek vertaalt, altijd de originele foto’s als eerste uitgangspunt beschouwend.
 
Dat ze van werken met materie houdt, is duidelijk zichtbaar aan de manier waarop Van Haver haar
schilderijen maakt. Haar werken kenmerken zich door pasteus gebruikte verf. Doordat ze gebruik maakt van grote kwasten om de verf te verdelen doen de werken op beeld ontzettend denken aan de arceringen van houtsnedes. Ze boetseert als het ware de lagen op uit jute vervaardigde doeken. Hierbij gebruikt ze niet alleen ‘verse’ verf, maar ook de dikke resten op haar palet. Dit boetseren doet recht aan de figuren die ze afbeeldt. Materie en voorstelling versterken elkaar enorm zodat het geheel vrij intimiderend kan overkomen. 
 
 

 

 
Behalve schilderijen maakt Van Haver ook houtskooltekeningen. Hierbij heeft ze, naast het aanbrengen van scherpe lijnen, ook de mogelijkheid om de houtskool iets uit te vegen, waardoor de tekeningen een zachtere aanblik krijgen dan de schilderijen.

 

Wat Van Haver gemeen heeft met Caribische kunstenaars is het vraagstuk van identiteit dat een belangrijke rol speelt in haar werk. Niet heel gek als je weet dat Van Haver als klein meisje uit Bogota geadopteerd is door Nederlandse ouders. Ze probeert het op te lossen door het weergeven van figuren die op het eerste gezicht vooroordelen bij mensen oproepen, maar die zich op elke plek op de wereld zouden kunnen begeven. Door ze meer dan levensgroot weer te geven en letterlijk meer ‘body’ toe te brengen, dwingt ze de toeschouwers om stil te staan bij thema’s als diversiteit en vooringenomenheid.
Dat RaQuel van Haver slechts een jaar geleden afstudeerde van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht is niet zichtbaar in haar werk. Ze timmert goed aan de weg met meerder groeps- en solo tentoonstellingen. Ook is ze dit jaar voor de tweede keer genomineerd voor de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. De uitreiking en de daarbij horende tentoonstelling worden in oktober gehouden.

Geplaatst in Art | 1 reactie

Zomer 2013

De zomer is allang weer voorbij. Al meer dan een week leven we officieel in de herfst van 2013. Hoewel ik ze nog niet gezien heb, weet ik zeker dat er al pepernoten verkrijgbaar zijn in de winkels. En voor je het weet, zie je overal kerstverlichting, kan je kerstbomen kopen, weet je al wat je eet met de kerstdagen, kopen we vuurwerk en proosten we op 2014.
Toch zal ik deze afgelopen zomer niet snel vergeten. Ik ben heerlijk met mijn moeder op vakantie geweest, op cruise door de Middellandse Zee. In een week tijd hebben we Rome, Genova, Marseille, Barcelona, Valencia en Tunesië aangedaan. Ben ik aan het opscheppen?? Tja, je kan het me niet kwalijk nemen! Het was een luxe van jewelste op het schip: restaurants, buffet, zwembaden en jacuzzi’s, lounges, casino, noem het maar op. Tijdens de cruise ook nog een boek uit gelezen, Silvia Tennenbaums De Wertheims. Ik hou ontzettend van familiekronieken, laat staan als ze in WO II afspelen. Het is dan ook een prachtig boek, laat een diepe indruk op je achter en je mist de personages nog weken nadat je het boek uit hebt.
De keerzijde van alle weldaad en ontspanning op de cruise, is het personeel dat er werkt. De mensen die op Java, Madagascar en Oost- Europa worden geronseld om voor een karige salaris negen maanden achter elkaar te werken op het schip zonder een dag vrij te zijn. Mensen die hun gezinnen met jonge kinderen achter laten om geld te verdienen. Een jonge kerel die nog 1 jaar hoefde te studeren aan de universiteit van Jakarta. Maar toen zijn vader kwam te overlijden, werd hij gedwongen met zijn studie te stoppen zodat hij kon werken om zijn moeder en broertjes en zusje te onderhouden. Zit ik daar te genieten… Loop ik voortdurend te klagen over van alles wat mis is in mijn leven…

Van Rome heb ik het meest genoten. Het is er geweldig! Het is mijn eerste keer geweest…. schande

hè .. een kunsthistorica en dan nog niet eerder in Rome.. Prachtig! Omdat we slechts een dag zijn gebleven, heb ik nog niet alles kunnen zien. Ik ga er zeker nog een keer heen.
Natuurlijk in het Vaticaan rond gekeken en daar de hoogtepunten gezien. Sixtijnse kapel van Michelangelo, maar het is zijn ‘Pieta’ dat me kippenvel heeft bezorgd.
Op de valreep eind augustus nog een weekend met mijn lief naar de Ardennen. Het was er koud, 14 graden en het regende. Niets zo onvoorspelbaar als de Ardennen. Maar het was er prachtig.
Ik heb in die tijd niet veel gepost, maar ben heus wel bezig geweest. Voor Sranan Art Xposed heb ik nog twee artikelen geschreven: een over Remy Jungermans en een over RaQuel van Haver. Ik zal beide artikelen op mijn blog posten. Ik hoop dit najaar meer te zullen schrijven dan dat ik de afgelopen zomer heb gedaan. Er staat toch geen cruise in de planning om me af te leiden.
Geplaatst in Other Issues | Een reactie plaatsen

Remy Jungerman

Maatschappelijke betrokkenheid en identiteit waarbij zijn Surinaamse afkomst een belangrijke rol speelt, kenschetsen vrijwel het gehele oeuvre van Remy Jungerman (Moengo, 1959). Ook tijdens de expositie ‘Adding up to the West’ in C&H Art Space in Amsterdam is dit zichtbaar.
In de catalogus van de inmiddels beruchte expositie Twintig jaar beeldende kunst in Suriname, die in 1995 in het Stedelijk Museum gehouden werd, werd Jungermans werk nog beschreven als “…abstract- surrealistische stijl die aan Miró doet denken. Sterk gestileerde mensfiguren met maskerachtige gezichten spelen de hoofdrol in een magische, kleurrijke ruimte.” Deze stijl verdween al snel uit zijn kunstwerken toen Jungerman zich een symbool toe-eigende dat als een rode draad in zijn latere werk zou blijven lopen: de pad.
Remy Jungerman in Mister Motley 27 maart 2013:
Jaarlijks is er een paddentrek, waarbij padden hun territorium verlaten en letterlijk de snelweg oversteken om ergens eitjes te gaan leggen, waardoor er nieuw leven ontstaat. Dat was een heel duidelijke metafoor voor mijn eigen verplaatsing: ik begaf me als het ware in een veld waarin ik eventueel overreden zou kunnen worden, òf overleven. Het symbool van de pad gaf dat spanningsveld goed weer.”
Op vroeger werk verbeeldde hij de pad inderdaad overgereden, maar het dier wist zich in zijn latere installaties overeind te houden. Zo maakte hij nog in 2012, tijdens een residency bij Tembe Art Studio in Moengo, een blijvende installatie bestaande uit een serie van 21 betonnen padden die de naam ‘Happy Land Apuku Return Blue’kreeg.
Behalve de pad hanteerde Jungerman ook andere tekens van de winti- cultuur in zijn kunstwerken. Daarbij maakte het niet uit of deze in installaties, collages, zeefdrukken of zijn schilderijen werden gebruikt: een tuinkabouter met een Afrikaans masker, lege flessen, zout, kokosnoten, jute van koffiezakken, witte grond en opgezette dieren. Jungerman ontwikkelde hiermee zijn eigen iconografische taal. Door deze te combineren met Westerse elementen toonde hij hoe symbolen uit verschillende culturen communiceren en hoe ze samen konden gaan.
Het leken tweedimensionale installaties die Jungerman toonde tijdens ‘Adding up to the West’. Beschilderde en met doek gewikkelde houten balken (grids) werden verweven in een abstracte compositie. Deze strakke lijnen in de installaties toonde hij al in eerder werk, zoals in zijn zeefdrukken, die geïnspireerd waren op de traditionele Surinaamse patchwork ( deze worden nog steeds gedragen door de Marron- gemeenschap in het binnenland van Suriname).

‘Peepina DI’, 2011
Foto: SBK Amsterdam

In deze grafische werken was Jungermans relatie met zijn afkomst evident. Interessant hieraan: de doeken werden in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw ontworpen, rond dezelfde tijd dat in Nederland de kunstbeweging De Stijl ontstond. Deze beweging, waarbij Piet Mondriaan, Gerrit Rietveld en Theo van Doesburg de bekendste vertegenwoordigers waren, kenmerkte zich met name door de toepassingen van primaire en neutrale kleuren en het terugbrengen naar de elementaire vormen in het ontwerp. De gelijkenissen van deze twee uiterste werelden waren treffend. Voortgedreven door dit besef, maakte Jungerman de installaties voor ‘Adding up to the West’.

 

‘Transition Obeah’. Foto: C&H Art Space
‘Opete disguised 1’. Foto: C7H Art Space
Al bij de serie zeefdrukken van ‘Captain Broos’ uit 2006 was al sprake van het integreren van westerse symboliek in Jungermans werk. Hij gebruikte het verhaal van zijn eigen betovergrootvader Kapitein Broos (1821-1880) hiervoor. Broos was een Surinaamse onafhankelijkheidsstrijder die vocht tegen de Nederlandse overheersers. Op de zeefdrukken toonde Jungerman een foto van Broos en versterkte hij deze door het gebruik van de kleuren rood, wit en blauw. Deze verwezen niet alleen naar het koloniale verleden van Suriname, maar zijn tevens de kleuren van de Winti- religie.
‘Captain Broos’, foto: SBK Amsterdam
In zijn vroeger werk leek Jungerman via symbolen die hij zichzelf had toegeëigend een oplossing voor het vraagstuk over identiteit te zoeken. Uitgangspunt was dus altijd zijn afkomst. Terugkijkend op zijn oeuvre leek er een keerpunt plaats te hebben gevonden in de manier waarop Jungerman in ‘Adding up to the West’ te werk ging. Zoals hij in een interview met Mr. Motley zei, is de serie één die voortborduurde op de houten grids die over voorouder- rituelen ging. Deze serie had als uitgangspunt echter niet zijn identiteit, maar de werken van het Modernisme van De Stijl. Maar dit betekent niet dat Jungermans afkomst niet meer van belang is. De iconografische symbolen lijken bij deze werken meer samen te smelten met de Westerse vormentaal van De Stijl. Hierbij lijkt hij een stap verder te willen gaan door de canon van de Westerse kunstgeschiedenis aan te vullen met wat de huidige maatschappij van haar verlangt. Het lijkt erop dat Jungerman in zijn zoektocht naar identiteit niet overreden is, maar dat hij het heeft overleeft. Hoewel ze van padden ook zeggen dat ze hoe dan ook altijd terugkeren naar hun plek van geboorte.
Geplaatst in Art | Een reactie plaatsen

Japin

Een van mijn favoriete auteurs is Arthur Japin. Al bij het lezen van Het Schitterend Gebrek ben ik verliefd geworden op zijn schrijfstijl. Prachtige zinnen, mooie verteltrant. Ook bij het lezen van andere boeken van hem ben ik erachter gekomen dat hij elke boek op een andere manier schrijft. Niet als auteurs als Brown, Kluun, Follett of Zafon: heb je er een gelezen, dan heb je ze in feite allemaal gelezen. Maar met Maar buiten is het feest ben ik verrast als ik me bij de eerste paar pagina’s al irriteer aan zijn schrijfstijl. Lees ik nou echt Japin? Het lijkt wel chicklit. Regels die bestaan uit hele korte zinnen. Een soort Van Royen- stijl, snel en moeiteloos, maar dan op de verkeerde manier. In verschillende hoofdstukken, verdeeld over het heden en verleden, word je meegevoerd in het leven van Zonne, een bekende Nederlandse die vroeger misbruikt is door haar stiefvader. Het is vreselijk om te lezen, soms ook het boek weggelegd, omdat het te heftig is. Maar hoewel het onderwerp zo fascineert dat je door wilt lezen, wordt je geduld niet beloond. Het hele verhaal, hoe heftig ook, blijft ontzettend oppervlakkig. Als je het boek uit hebt, blijf je achter met een leeg gevoel. Omdat er iets niet klopt, het verhaal is nog niet af. Er ontbreekt nog van alles. Het gaat niet de diepte in.
Op 1 oktober komt zijn nieuwe boek uit, De man van je leven. Jammer dat een slechte ervaring mij zo kan beïnvloeden. Ik wacht nog even met het lezen van een volgende Japin.

Geplaatst in Books | Een reactie plaatsen

Cake

Afgelopen maand was een zware maand met oud en nieuw zeer. Omdat ik me ellendig voelde, ging ik eten. Ik schepte ’s avonds teveel op, at teveel tussendoortjes en wou ook nog ijsjes of taart. Na vrijwel de meeste taarten van de Appie te hebben geproefd, was het tijd om  zelf eentje te bakken. Ik had geen zin in mijn chocolade/ brownie/ frambozen- cheesecake, maar  in een chocolade- taart. Ik had mijn zinnen gezet in de ‘old fashioned chocolate cake’ van Nigella Lawson (je weet wel, die Britse kok die zich onlangs door haar man liet mishandelen). Maar het Engelse recept vond ik te ingewikkeld, want ze zette een theelepel dubbelkoolzure soda in haar taart. In Nederland heel moeilijk te krijgen en ik wist niet precies wat ik in de plaats moest gebruiken. Ik probeerde nog een paar kookboeken, maar vond nergens een simpele recept voor een chocolade- taart. Vandaag keek ik naar een kookprogramma waar men een sponge- cake maakte. Ik had zo een zin in bakken, dus zocht ik naar het recept voor de exacte ingrediënten en maakte ik deze klassieke cake. Heel simpel, maar zoals mijn lief zei, alleen al voor de geur wil je het bakken!

Ingrediënten:
200 g bloem
1 theelepel bakpoeder
snufje zout
200 g suiker
200 g boter (zacht)
1 zakje vanillesuiker
4 eieren

Dit is het originele recept. Ik heb geen vanille- suiker in zakjes, maar een eigen suikerpot met al gebruikte vanille stokjes erin en ik heb de rasp van 1 citroen aan het mengsel toegevoegd.

Voorbereiding:
Vet een cake- vorm in en bestrooi met bloem of laat je vriend een bakblik met bakpapier bekleden :)). Verwarm de oven voor op 165 graden.

Bereidingswijze:
Klop de suiker, vanillesuiker en zachte boter met een mixer tot een glad geheel. Voeg de eieren 1 voor 1 toe en mix steeds goed door. Voeg de meel (inclusief bakpoeder en snufje zout) beetje voor beetje toe en mix goed door. Doe de citroenrasp erbij en mix nu het beslag met de mixer op de hoogste stand in ongeveer 3 minuten goed door. Het beslag moet glad en lichtgeel zijn.
Giet het mengsel in de cake- vorm. Bak de cake in het midden van de oven in ongeveer 50 minuten goudbruin en gaar. Steek een sate- prikker in het midden van de cake, komt deze er schoon uit, dan is de cake klaar. Laat 10 minuten in de vorm afkoelen, stort de cake op een schaal en laat verder afkoelen.

Maak een foto, stuur deze via what’s app naar je moeder en zus om ze te pesten.. Geniet ze!

Geplaatst in Food | Een reactie plaatsen

Universele creatievelingen

“Afrikaanse kunst is een bron van inspiratie en helaas weinig te zien”, aldus Henk van Os, voormalig directeur van het Rijksmuseum en hoogleraar kunst en cultuurgeschiedenis. Onlangs functioneerde Van Os als curator van ArtZuid, de beeldenroute van Amsterdam Oud Zuid, die voor de derde keer wordt gehouden. Dit, op zich, vrij positieve geluid afkomstig van een van de bekendste Nederlandse kunsthistorici klinkt vrij wrang als ook onlangs bekend word dat het Tropenmuseum in Amsterdam geen subsidie van de overheid meer krijgt en dat daardoor vier van de zeven conservatoren (waaronder die van de Afrika en Caribische afdeling), tentoonstellingsmakers, depotmedewerkers en ondersteunend medewerkers op wacht zijn gezet en eind dit jaar geen baan meer hebben. Ook bereikt mij een paar weken geleden het andere nieuws dat het Wereldmuseum in Rotterdam 28 van de 37 mensen zal ontslaan vanwege groot tekort door vermindering van subsidie. Schrikbarend vindt ook David van Duuren, oud- conservator van het Tropenmuseum, dat er veel reuring is geweest omtrent het Museumplein met eindelijk de heropening van het Stedelijk, het Rijks en onlangs ook het Van Gogh en dat een eind verderop het Tropenmuseum met haar rijke collectie en kennis moet bezuinigen. Vorig jaar hield het slaveninstituut, het NiNsee (onderdeel van het Tropenmuseum) al op te bestaan, het Tropentheater werd fors beperkt en volgens bronnen gaat het ook alles behalve goed met KIT Publishers.
Echt ‘brilliant’ vind ik de statement van directeur Stanley Bremer van het Wereldmuseum dat ze met negen medewerkers het museum wel denken te kunnen runnen: “Volgens de berekeningen moet het kunnen. We zullen ons vooral concentreren op dingen waarmee we geld verdienen, zoals zaalverhuur en het restaurant.” Daarbij toevoegend dat men de huidige collectie netjes zal onderhouden, maar dat er minder ruimte en tijd zal zijn voor actief restaureren en onderzoek. Feit is dus dat deze musea geen subsidie ontvangen, omdat zij weinig inkomsten krijgen door eigen inspanningen, wat het vereiste is om aan overheidsgeld te komen. Ook is het Tropenmuseum waarschijnlijk geen toeristentrekpleister, maar moeten ze het hebben van educatie en een kleiner publiek dat gericht op hun tentoonstellingen afkomt. Maar waar het Rijks en het Stedelijk bar weinig doen aan het tonen van niet westerse kunst, heeft het Tropenmuseum wel die uitgebreide kennis, dragen zij ook zorg aan het verspreiden hiervan en heeft de Wereldmuseum Rotterdam een unieke collectie Afrikaanse kunst die nu amper gezien wordt. De banen verdwijnen, maar de kennis niet, zou je kunnen denken.

Er lijkt in Nederland weinig waardering te zijn voor niet westerse kunst. Ik merk het ook op kleinere schaal. Sinds enkele jaren ben ik actief in deze wereld van de niet westerse kunst. Voor Sranan Art Xposed schrijf ik artikelen over Surinaamse beeldende kunst en sinds oktober vorig jaar ben ik galeriehouder van Galerie 23 Amsterdam waar de focus hedendaagse Afrikaanse en Caribische kunst is. Hoewel men altijd positief reageert op mijn werkzaamheden, ben ik vaak aan het verantwoorden waarom ik bijvoorbeeld bepaald werk in de galerie exposeer of waarom ik over een bepaalde kunstenaar een artikel schrijf. Er zijn opmerkingen genoeg dat niet- westerse kunst achter loopt in kwaliteit of dat men het simpelweg niet begrijpt. Als een niet westerse kunstenaar echter kunst maakt waarbij de ‘roots’ op het eerste gezicht onzichtbaar zijn, heeft men er weer oog voor en wil men ook wel zeggen dat het goed is. Kan men hier in Nederland naar kunst kijken zonder een westerse pet op te hebben? Of veel breder: kan men überhaupt naar kunst kijken zonder een eigen referentie- kader mee te nemen in een te geven mening? En hoe erg is dit? Is het niet zo dat kunst beter wordt als je meer van de maker of zijn werkwijze weet? Of gaat het bij kunst juist alleen om het visuele aspect en is andere informatie omtrent de maker, de drager etcetera in wezen overbodig? En is een kunstenaar niet gewoon een universele creatieveling die zijn ideologieën het beste kan verwoorden door de beeldende kunst?

Feit is dat hoe ‘booming’ Afrikaanse kunst anno 2013 lijkt te zijn, hoe men ook probeert om niet westerse kunst onderdeel te maken van de Nederlandse samenleving, waarbij tegenwoordig alles vooral Nederlands (en niet eens Europees) dient te zijn – van kaas en melk tot aan televisieprogramma’s die het Nederlands zijn promoot  – het middel om deze kennis te verspreiden, houdt vermoedelijk wel op te bestaan met het sluiten van deze musea. Wat betekent dat Nederlandse kinderen die – like it or not – alleen maar universeler worden, niet deel genoeg zullen zijn van deze gedeelde geschiedenis.
Nog meer reden voor mij om vol passie door te gaan met mijn werk om niet- westerse kunst een voornamere plek te laten innemen in de canon van de Nederlandse kunstgeschiedenis.

Geplaatst in Art | Een reactie plaatsen

Herkenning en erkenning

Als kind wist ik niet beter dan dat mijn vader kunstenaar was. Ik herinner me dat hij veel weg was, voortdurend bezig met zijn werk. In Suriname kenden de meeste mensen hem. Zelfs op school wist de juf dat mijn vader kunstenaar was en sprak ze haar verbazing uit over het feit dat ik zijn creatieve talent absoluut niet deelde. Waarop ik als zevenjarig meisje zei dat mijn vader inderdaad de kunstenaar was en niet ik. Je hoefde maar te zeggen dat je Tosari heette en men kon je al in het juiste hokje plaatsen. Je reed de stad door en zag grote billboards van zijn hand. Natuurlijk wist ik dat het bijzonder was, hij ontwierp eigenhandig het huis waar we opgroeiden en hielp ook mee met de bouw ervan. Het was een opvallend huis, waarvan de buitenwanden grotendeels door riet waren vervaardigd en tegels met zijn ontwerpen de keuken sierden. Boven woonden wij, beneden was zijn atelier. Ik kan me de grote etspers nog herinneren. Hij wees me dan hoe hij op een metalen plaat een ontwerp maakte, deze voorzag van inkt, papier erop legde en vervolgens aan de grote, zware wiel draaide. Als de rol over de gehele plaat was, pakte hij het papier langzaam op en liet hij me een verse ets zien, in spiegelbeeld van de plaat.. wonderlijk vond ik dat.

Schildersezels in de hoek met een onvoltooid werk erop. Een boekenkast vol met kunst en filosofische boeken. En papa in zijn werkkleding vol met verf. Collega- kunstenaars die voortdurend langs kwamen. Exposities die werden geopend en veel mensen die daarop afkwamen. Ja, ik wist wel dat mijn vader een belangrijk man was.

Als klein meisje en als tiener heb ik me echter nooit bezig gehouden met kunst. Ik hield zielsveel van lezen en zingen en wou eigenlijk lerares worden (had zelfs een onzichtbare klas waar ik elke middag bij het schoolbord voor stond). Toen men mij als tiener vroeg welke studie ik na de HAVO wou doen, zei ik dat ik naar de HEAO wou. Maar eigenlijk alleen maar omdat iedereen die ik kende dat ook deed. De HEAO was dramatisch, dus besloot ik mijn bijbaantje bij de Appie tot full- time baan te dopen. Mijn vader vond het verschrikkelijk, maar hij had geen keus. Ik moest mijn eigen weg volgen.
Het was pas een aantal jaar later toen ik op aanraden van mijn nicht een biografie van Frida Kahlo las dat ik het zeker wist. Ik wou kunstgeschiedenis studeren. Weten waarom kunstenaars werken maken. Weten wat hun inspiratie is, wat hun motivatie. Het was een goede beslissing, want ik heb de studie met heel veel liefde weten af te ronden.
Toch heeft mijn vader me gedurende mijn studietijd richting de Surinaamse beeldende kunst proberen te sturen. Maar ook hierin moest ik mijn eigen weg volgen. Ik studeerde namelijk niet af in moderne kunst zoals hij hoopte, maar in Hollandse prentkunst van de 16de tot de 19de eeuw. Na mijn afstuderen kreeg ik via hem mijn baan bij de SBK, waar ik nu nog steeds werk. Het was ook door hem en zijn naam dat contacten leggen binnen de Surinaamse kunstwereld makkelijker werd voor mij dan wanneer ik een andere naam zou hebben.
Sinds ongeveer vier jaar schrijf ik over Surinaamse kunst en leer telkens meer en meer. Maar het mooiste is dat ik sinds kort, met een geweldig team mensen, een boek aan het schrijven ben. Een boek over mijn vader. Over hem als kunstenaar en over zijn werken. Ik lees stapels krantenknipsels die hij gedurende de jaren verzameld heeft: kunstkritieken, zeldzame kunsthistorische artikelen, interviews van hem. Ontzettend bijzonder. Het is herkenning en erkenning. Hoe gek het ook klinkt, ik kom er nu pas achter wat hij al die tijd aan het doen was toen ik als klein meisje door zijn atelier rende om voor de “klas” te staan. En ik verdiep me nu echt in alle dingen die hij me ooit met veel enthousiasme vertelde. Gedurende al die projecten en werken die hij maakte en exposities die hij had, was ik er wel, maar nooit zo bewust. Maar goed, ik moest mijn eigen weg volgen. De cirkel is echter bijna rond: volgend jaar, bij het voltooien van zijn boek.

Geplaatst in Art, Other Issues | Een reactie plaatsen

Wilgo Elshot

Aan het begin van het culturele seizoen bezocht ik tijdens de Open Atelier RouteZuidoost het atelier van Wilgo Elshot. Bij hem geen abstract of conceptueel werk aan de muur, maar groots opgezette landschappen en beeldvullende portretten.
        
Elshot behoorde, net als beeldende kunstenaars Jules Brand- Flu en Rudi Chang, tot de eerste lichting kunstenaars die niet in Nederland, maar in Suriname bij Nola Hatterman (1899-1984) hun kunstopleiding voltooiden. Hatterman kreeg na de Eerste Wereldoorlog les van kunstschilder Charles Haak in perspectief, anatomie en kunstgeschiedenis. Het was in deze tijd dat zij zich meester maakte van de van oorsprong Duitse kunststroming ‘De Nieuwe Zakelijkheid’. Vooral de classicistische tak van deze stroming speelde een grote rol in haar typische kunstonderwijs dat in Suriname vanaf circa 1954 vorm kreeg.
Het classicistisch werken dat zich met name richtte op de klassieke beoefening van de schilderkunst en een goede academische geschoolde techniek kenmerken de kunst van Wilgo Elshot. Het belang van het beoefenen van de klassieke schilderkunst dat de oorsprong is van de beeldende kunst als een ambacht, komt dicht bij Nola Hattermans devies “Geen kunst zonder kunnen.” Net als Hatterman heeft Elshot het niet zo met abstracte kunst, die hij bestempelt als een makkelijke manier van beeldend werken. Elk kunstwerk ontstaat bij Elshot uit een meditatieve fase van het steeds creëren van een ontwerp. Zijn ideeën legt hij eerst vast in een klein schetsboekje dat vol staat met voorstudies van nog verder te ontwikkelen concepten. De tweede stap is het uitwerken van de schets in het groot, door deze met olieverf te tekenen op een gekozen drager als doek of papier. Vervolgens wordt de voorstelling ingevuld met kleur en van een passend achtergrond voorzien.
 

 

Opvallend aan de schilderijen van Elshot zijn de donker getinte figuren, die het beeld vullen of de landschappen, die doen denken aan Suriname. Een gegeven dat ook voorkomt uit zijn studie bij Nola Hatterman.

“De waardering van de kunst begint bij de herkenning. Het eigen terugvinden – herkennen – is de eerste kennismaking van een persoon- een volk- met kunst, wel in het bijzonder met de beeldende kunst”[1]
Het feit dat Elshots figuren met een donkere huidskleur worden weergegeven, lijkt zijn oorsprong meer te vinden in zijn gekregen kunsteducatie – ‘het eigen terugvinden’ –  dan in Hattermans eigen voorliefde voor het schilderen van mensen van het ‘zwarte ras’.[2]
 
Net als vele van zijn collega’s vertrok Elshot naar Amsterdam waar hij een jaar lang beeldende vorming aan de Rijksacademie van beeldende kunsten kreeg. Terwijl zijn mede- studenten van Hatterman een andere stijl ontwikkelden dan die zij hadden aangeleerd, kon Elshot zich niet vinden in de lessen van het Rijks en bleef hij de classicistische stijl van zijn leermeesteres trouw. Dit is niet alleen zichtbaar in de ontwerp keuze van Elshot, maar komt ook sterk naar voren bij het vergelijken van zijn composities met de werken van Hatterman. De lichaamshoudingen van de geportretteerden, de fijne trekken van hun gezichten, gebaren die de figuren met hun armen maken en de dichtheid van de landschappen. Dit alles verraad de nog immer aanwezige stijl van Nola Hatterman.

 

Elshots inspiratie is de mens en de natuur. Zijn boodschap is daarbij simpel. Hij wil de schoonheid van de mens en de natuur dichter brengen bij de maatschappij. Hij heeft gekozen voor deze stijl van schilderen waarbij hij zijn eigen gevoel in kan leggen. Of zoals hij het zelf zegt: “Dit ben ik. Ik schilder Suriname.” 
 

[1] Citaat uit E. de Vries, NOLA. Portret van een eigenzinnig kunstenares, Amersfoort, 2008, p. 145.
[2] “Bij voorkeur schilder ik mensen ‘t liefst van het zwarte ras, daar die zicg voor de stijl waarin ik tracht te werken zich het meest eigenen.” Citaat uit E. de Vries, NOLA. Portret van een eigenzinnig kunstenares, Amersfoort, 2008, p. 49

Geplaatst in Art | Een reactie plaatsen

35

Als je Surinaams bent en je wordt 35 dan heb je bigi yari en dat moet gevierd worden. Ik kan me nog goed herinneren hoe het was toen mijn moeder 35 werd. We woonden in Suriname. Het was heel druk, echt iedereen was uitgenodigd. Ze wist dat ze een feestje had, maar ze wist niets van de ene na de andere verrassing die op haar wachtte. Een heuse bazuinkoor bijvoorbeeld (= een stel oude mannen die live muziek spelen) waar uitbundig op gedanst werd. Omdat ik toen pas 11 jaar was, had ik niet helemaal door dat mijn moeder 35 was geworden; alleen maar dat ze heel oud was en dat het bigi yari was. Veel eten, luide live muziek, veel mensen, dansen. Mijn moeder die overgoten werd met djogo (=Surinaams bier) en een cadeau kreeg, die niet zou misstaan in de gemiddelde erotische winkel.
Toen mijn zus twee jaar geleden 35 werd, gaf ze een zelf gecoördineerd feest in een zaal. Het was dubbel feest, omdat zij het vierde met haar vriend die 40 werd. Veel mensen, een dj, een live band, eten en iets meer geciviliseerde cadeaus dan mijn moeder kreeg op haar verjaardag.
Vorige week ben ik 35 geworden. Omdat ik de afgelopen twee jaar mijn verjaardag niet echt gevierd had, besloot ik nu wel iets te doen. Een paar maanden van tevoren werd er al nagedacht over hoe het feest eruit zou zien. Natuurlijk was het belangrijkste het eten. Vele gesprekken met mijn moeder volgde waarbij uiteindelijk besloten werd voor drie gerechten. Mijn moeder zou mijn moeder echter niet zijn als ze bij elk telefoongesprek dat volgde niet weer een ander gerecht op het menu toevoegde. De gastenlijst was ook best moeilijk te bepalen. Het liefst nodigde ik iedereen die ik ken en een soort van lief heb, uit. Maar dan kom je uit op meer dan 100 man (3/4 hiervan is familie) en dat past niet in ons huisje (een zaal huren was uitgesloten). Op een gegeven moment na veel wikken en wegen, had ik een lijstje met de mensen die ik het liefste om me heen wou hebben. De weken voor de grote dag was het taken verdelen tussen mij, mijn moeder en mijn zus. Boodschappen doen, het eten voorbereiden, huis schoonmaken en versieren en vast voldoende rust nemen.
Zaterdag, de dag voor mijn jaardag, was het zover. Terwijl ik met mijn lief alles in orde maakte stopte er een busje voor de deur. Een jolige, Amsterdammer kwam de karaoke-set installeren! Verrassing van mijn zus. Na ongeveer een half uur van enkel schaapachtig lachen, was de professionele set geïnstalleerd en kon ik niet anders dan me verheugen op een avond vol vals gezang. Mijn lief ging vast naar de buren om te laten weten dat het weleens luidruchtig kon worden.
Vanaf ongeveer 17u stroomden de mensen binnen. Allemaal eigenlijk te vroeg, maar dat gaf niet, want “de rum was binnen, dus de pret kon beginnen”. Het werd een avond van heerlijk eten, drinken  en veel karaoke. Op zich al pret genoeg. Tot een uur voor middernacht, voor ik officieel jarig was, ik heel luide muziek hoorde en er plotseling een aantal muzikanten mijn huis binnen kwamen. Mijn liefste moeder had, geheel volgens traditie, een live bandje geregeld. En dat in mijn huiskamer in Almere. In totaal iets langer dan een uur heb ik al mijn zorgen van de afgelopen 34 jaar van mij afgedanst. Het werd een avond om nooit meer te vergeten waarbij ik zoveel liefde om me heen voelde. Als 35 zo voelt, prima! Laat dan maar komen!

 

Geplaatst in Other Issues | Een reactie plaatsen